Vlaamse Ecologie Energie Milieu Onderneming

CorrespondentieadresHoge Weg 157, 2940 Hoevenen
Maatschappelijke zetelAmsterdamstraat 18, 2000 Antwerpen
T. 03 206 02 20 |

Je mag ze gerust acrobaten onder de monteurs noemen: de technici die hoog in de lucht zweven om overal oprijzende windmolenparken aan de praat te houden. Hoogtevrees staat niet in hun woordenboek, wel een job vol uitdagingen.

In de haven van Antwerpen kan je er niet meer naast kijken. Windturbines maken er tegenwoordig deel uit van het landschap. In de zoektocht naar groene, hernieuwbare energie zit windenergie in de lift. Om al die windmolenparken in gang te zetten en te onderhouden, zijn monteurs, veel monteurs nodig. In de haven van Antwerpen, waar Vleemo en Wind aan de Stroom de windturbines ontwikkelen en exploiteren, is dat onderhoud voor een deel in handen van Enercon, een van oorsprong Duitse firma met vestiging in België. “Momenteel hebben we in België 72 monteurs en zoeken we voor projecten in het noorden van het land, zoals Antwerpen en Limburg, een tiental extra krachten”, vertelt Olivier Ménage, co-director van Enercon België en regiomanager Centraal-Europa en Noord-Amerika.

Hoogtechnologisch op grote hoogte

Makkelijk zijn die niet te vinden. “Technici lopen sowieso niet dik gezaaid. In ons beroep worden we daarenboven geconfronteerd met de bijkomende factor dat we constant op grote hoogte werken. Gemiddeld spreken we toch over hoogtes van 130 meter. Geen spek voor de bek dus voor mensen met hoogtevrees”, weet Jacques Declercq uit Kalmthout. In 2010 begon hij als monteur bij Enercon. Daar is hij intussen doorgegroeid tot Site Manager Installation Work en leidt hij de dagelijkse werking op de werf in goede banen. “Daarbij komt dat de windindustrie een vrij jonge industrie is, die nog altijd volop in ontwikkeling is. Dat maakt het tot een hoogtechnologische branche, waarin je zowel elektronisch, technologisch als mechanisch onderlegd moet zijn. En je moet de handen uit de mouwen kunnen steken, want het is fysiek best wel een zware job. Dikwijls gaat het met de lift omhoog, maar moet je toch ook nog een stuk met de ladder naar boven klimmen.”

“Het is een bijzonder uitdagende job. Je moet jong en fit zijn, want er komt behoorlijk wat klimwerk bij kijken", beaamt Olivier Ménage. “Fysiek vraagt het flink wat acrobatie. Je moet vaak in allerlei hoekjes en kantjes kruipen, en soms zelfs ondersteboven hangen om bepaalde klussen uit te voeren ... Onze monteurs zijn echte acrobaten”, zegt hij.

Bovenop een windturbine, op 130 meter boven de grond, is veiligheid van cruciaal belang.

Aantrekkingskracht

“Al zijn dit stuk voor stuk factoren die de zoektocht naar geschikte krachten bemoeilijken, toch zorgen ze net vanwege dat uitdagende aspect ook voor een bepaalde aantrekkingskracht. Net zoals sommige mensen zich aangetrokken voelen door het nobele van het product. Bovendien is het ook op technisch vlak een uitdaging. Omdat we in tegenstelling tot anderen niet werken met een versnellingsbak vraagt dit op elektrotechnisch vlak meer aandacht.” 

"De assemblage van de windturbines doen we niet zelf”, gaat Ménage voort. “Maar van zodra ze klaar zijn om aangeschakeld te worden op het net, schieten onze mensen in actie. In 98 procent van de gevallen is dit gekoppeld aan een onderhoudscontract. “Dat houdt in dat er twee keer per jaar een (preventieve) controle wordt uitgevoerd en dat er bij storingen in actie wordt geschoten. Daar komt ook zaterdag- en zondagdienst op basis van een beurtrol aan te pas, evenals laatavondshifts. Het onderhoud omvat zowel de liften, de generatoren en de volledige automatisatie als controle en preventief onderhoud van de rotorbladen. Dat maakt dat we monteurs hebben met een uiteenlopende, weliswaar vaak elektro- technische achtergrond. Specifiek voor de rotorbladen zijn er ook een paar met een achtergrond van bijvoorbeeld carrossier, omdat zij meer affiniteit hebben met verven en dergelijke”, verduidelijkt hij.

Veiligheid voor alles

Uiteraard staat veiligheid in de job voorop. “De veiligheidscultuur moet ingebakken zijn, zowel voor zichzelf als wat het werk betreft. Daarvoor hebben we een uitgebreid veiligheidsprotocol en zijn er geregeld trainingen”, verklaart Olivier Ménage. “In het raam van de veiligheid zijn we ook altijd met minstens één collega onderweg, en soms zijn we zelfs met drie”, vult Jacques Declercq aan. “Er kan altijd iets gebeuren. De ene moet de andere kunnen redden. Daarvoor krijgen we om het halfjaar reddingsoefeningen.” “Je hebt een grote verantwoordelijkheid, maar ook een zekere vrijheid om je werk te regelen. Je komt op heel wat plaatsen: overal in België, en soms ook over de grenzen in onder meer Nederland en Luxemburg.”

Bart Roggeman, Jobat

Meer informatie over jobs in energie in Jobat en op www.jobat.be

In 2019 zullen de zes windmolenparken op de Belgische Noordzee genoeg elektriciteit leveren om het jaarverbruik van zowat 1,3 miljoen huishoudens te dekken. Dat is vergelijkbaar met de elektriciteit die wordt opgewekt door een grote en kleine kerncentrale samen, zo blijkt uit cijfers van het Belgian Offshore Platform (BOP).

Het voorbije jaar werd een belangrijke kaap gehaald: de 274 windturbines in de vijf bestaande windparken op de Belgische Noordzee - samen goed voor 1.186 MW aan capaciteit - produceerden 3.408 gigawattuur aan elektriciteit. Of het jaarverbruik van een miljoen gezinnen, aldus het Belgian Offshore Platform (BOP), de vereniging van investeerders en eigenaars van windparken in de Belgische Noordzee.

In 2018 werden in Vlaanderen 36 nieuwe windturbines bijgebouwd, samen goed voor een bijkomend vermogen van 107 MW. Het totaal geïnstalleerd vermogen aan windenergie bedraagt nu 1240 MW, dat zijn 531 operationele windturbines in Vlaanderen. De windenergiesector stelt dat het toekomstig beleid ambitieuzer moet zijn om meer bij te dragen aan de klimaat- en energiedoelstellingen.

Dit jaar zijn er in Vlaanderen 36 windturbines bijgekomen, met een vermogen van 107 MW, wat het totaal vermogen aan windenergie in Vlaanderen op 1240 MW brengt. “Het Vlaams beleid heeft in de lopende legislatuur mooie inspanningen geleverd voor de ontwikkeling van windenergie. De realisaties in de Vlaamse havens en andere prioritaire zones zijn daarvan een schoolvoorbeeld. Maar ook het toekomstig beleid moet voldoende ambitieus zijn”, stelt Bart Bode, directeur van VWEA.

Wereldwijd wordt er immers opgeroepen voor een versnelde realisatie van hernieuwbare energieprojecten in functie van de klimaatdoelstellingen. Windenergie moet hier in Vlaanderen een substantiële bijdrage aan leveren. Om de doelstellingen te behalen, moeten we jaarlijks, net zoals in 2018, minstens 100 MW aan bijkomende windprojecten moeten kunnen bouwen, stelt de windenergiesector.

De wieken van moderne windturbines draaien met de klok mee. Tenminste, als je ze bekijkt terwijl je met de rug in de wind staat. De bladen van de meeste traditionele windmolens draaien juist tegen de klok in. Waar komt dat verschil vandaan, vraagt Wim Van Staeyen zich af.

Volgens Joannes Laveyne, windenergie-expert van de Ugent, maakt de rotatierichting niets uit. 'Toen halverwege de jaren 80 grotere windturbines opkwamen, hebben fabrikanten de ongeschreven regel geadopteerd om ze allemaal in wijzerzin te laten draaien. Dat om chaos te vermijden als windturbines van verschillende producenten bij elkaar geplaatst worden. Die beslissing had ook een schaalvoordeel. Fabrikanten konden dezelfde productietechnieken en mallen gebruiken.'

'Er is geen enkele fysische reden om te kiezen voor een bepaalde rotatierichting', zegt ook windturbine-expert Johan Meyers van de KU Leuven. 'Oorspronkelijk draaiden windturbines tegen de klok in, totdat een Deense bladfabrikant (Orkaer) besloot om zijn bladen andersom te maken om zich te onderscheiden. Die fabrikant leverde aan grote bedrijven, zoals Vestas, die in de loop der jaren die standaard zijn blijven aanhouden.'

Op zondag 7 oktober nam VLEEMO deel aan Open Bedrijvendag. Twee dagen ervoor kregen schoolkinderen al de kans om een operationele turbine en een turbine in opbouw met alle onderdelen in première te zien. De weergoden waren gunstig gezind en dus werd het een geslaagd weekend.

Onder een stralende zon arriveerden de eerste bussen met middelbare scholieren vrijdagvoormiddag op het Haveneiland in de Haven van Antwerpen. Daar was een werf te zien met een toren in opbouw en alle onderdelen van een windturbine. “Hoe lang zijn de wieken?”, “waarvoor dienen de tanden aan de wieken?” of “hoeveel energie wekt de turbine op?” waren vragen die meerdere keren door de aandachtige scholieren werden gesteld.

Ongeveer anderhalve kilometer verderop, op het terrein van Wijngaard Natie, werd een operationele turbine opengesteld. Hier konden de scholieren dus zien hoe een afgewerkte turbine eruit zag en kregen ze uitleg over de werking van windturbines.