Vlaamse Ecologie Energie Milieu Onderneming

CorrespondentieadresHoge Weg 157, 2940 Hoevenen
Maatschappelijke zetelAmsterdamstraat 18, 2000 Antwerpen
T. 03 206 02 20 |

Er zijn in Vlaanderen nooit meer windmolens bijgekomen dan in 2015. Als de wind waait produceren ze ondertussen bijna evenveel stroom als de kerncentrales Doel 1 en 2 samen.

Volgens nieuwe statistieken van Vlaams energieminister Bart Tommelein (Open Vld) kwamen er vorig jaar 76 windmolens bij in Vlaanderen, samen goed voor een vermogen 192 megawatt. Het totaal aantal windmolens (aan land) steeg daarmee tot 374.

Wie het bredere plaatje bekijkt, merkt wel dat windenergie de kleine broer blijft van biomassa en zonne-energie. Van alle groene stroom die we verbruiken was in 2015 bijna de helft opgewekt in biomassacentrales en een derde met zonnepanelen.

Voortaan wordt in het weerbericht op Eén ook informatie gegeven over zonne- en windenergie. Op die manier wil de VRT het belang van schone energie.

"Zon en wind worden alsmaar belangrijker als energiebronnen", zegt weerman Frank Deboosere in een persbericht. "We willen dat benadrukken door er geregeld informatie over te geven in Het weer."

Dat kan impliciet door bijvoorbeeld aan te geven dat de omstandigheden de voorbije dag ideaal waren voor windmolens of dat de zonnepanelen de volgende dag gouden zaken zullen doen. Of het kan explicieter en concreter door de totale productie van zonne- en windenergie van de voorbije maand te vermelden, eventueel in vergelijking met een andere periode.

Zonne- en windenergie krijgen bovendien hun eigen icoontjes.

Verschillende Belgische universiteiten werken aan een project om permanent hernieuwbare energie te produceren. Doel is de overproductie van zonne- en windenergie op te slaan om te gebruiken in geval van stroomtekort, zo meldt de UCL, één van de deelnemende universiteiten.

Drie Franstalige uniefs (UCL, ULB, UMons) en de Vlaamse universiteiten VUB en UGent nemen deel aan het project FREE (Flexible eneRgy vEctors of the futurE) dat deels wordt gefinancierd door Engie Electrabel en het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.