Vlaamse Ecologie Energie Milieu Onderneming

Amsterdamstraat 18, 2000 Antwerpen
T. 03 206 02 20 |

China zal tot 2021 de wereldwijde aangroei van windenergie blijven leiden en navolging krijgen van andere Aziatische landen. De sector verwacht een internationale groei van maar liefst 65 procent over de komende jaren.

Windenergie zit volop in de lift, blijkt uit het jaarrapport van de de internationale koepelorganisatie Global Wind Energy Council (GWEC). In 2016 werden voor 54 gigawatt aan nieuwe windturbines gebouwd. De totale capaciteit van windenergie steeg daarmee met 12,6 procent tot 486,8 gigawatt. In 2017 verwacht de sector een nog sterkere groei, met 60 gigawatt aan nieuwe windturbineparken.

Die trend houdt ook in de volgende jaren aan: de GWEC verwacht dat de capaciteit tegen 2021 zal groeien met bijna 65 procent tot 800 gigawatt. China blijft de grote motor voor die groei, maar ook andere Aziatische landen spelen een steeds grotere rol. India bouwde in 2016 een recordaantal nieuwe windmolens.

De investeringen in wind- en zonne-energie zijn vorig jaar voor het eerst sinds 2013 wereldwijd afgenomen, maar toch is de stroomvoorziening uit hernieuwbare energie verder gestegen. Dat is te verklaren door de lagere kostprijs voor nieuwe projecten, zo blijkt vandaag uit een internationaal onderzoek.

Er werd vorig jaar op wereldwijde schaal 241,6 miljard dollar (226,5 miljard euro) geïnvesteerd in hernieuwbare energie. Dat is een terugval met zowat een kwart in vergelijking met 2015, zo tonen de gegevens aan van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (Unep), de Frankfurt School en Bloomberg New Energy Finance.

Tegelijkertijd steeg de hoeveelheid nieuwe capaciteit uit die energiebronnen wel met 8 procent of 138,5 gigawatt. Volgens de onderzoekers is dat zelfs een recordtoename. Het aandeel van de hernieuwbare bronnen in de wereldwijde energiemix klimt daardoor naar 11,3 procent.

Volgens het rapport hebben enkele grote landen, en dan vooral China, de uitbouw van zonne-energie vorig jaar vertraagd. China ligt met een investering van 78,3 miljard dollar wel nog altijd voor op Europa (59,8 miljard) en de VS (46,4 miljard).

Dat er ondanks de dalende investeringen toch meer groene energie komt, is volgens het rapport te danken aan de gunstige financieringsvoorwaarden en de grotere efficiëntie van de technologie.

7% lag de windsnelheid lager dan het gemiddelde van de tien voorgaande jaren Het heeft in 2016 te weinig gewaaid, waardoor producenten van windenergie het slechtste jaar sinds 2010 achter de rug hebben.

De windsnelheid lag vorig jaar 7 procent lager dan het gemiddelde van de tien voorgaande jaren. In die tien jaar scoorde alleen 2010 slechter. Volgens weerman David Dehenauw bedroeg de gemiddelde windsnelheid in 2016 slechts 3,4 meter per seconde. "Dat is zeer abnormaal. De normale waarde is 3,7 meter per seconde."

"Vooral in het voorjaar was er een gebrek aan wind", zegt Bart Bode, directeur bij de Vlaamse Windenergie Associatie (VWEA). "Minder wind betekent minder productie en dat is voor de leveranciers van windenergie slecht nieuws. Maar het verlies werd wel gecompenseerd door de komst van 52 nieuwe windturbines. Aan een tekort aan wind kan je niets doen. We zoeken wel mogelijkheden om windenergie op te slaan tijdens productiepieken."

Met de 52 nieuwe windturbines, die samen goed zijn voor 133 megawatt (MW), bedraagt het totale geïnstalleerd vermogen aan windenergie in Vlaanderen nu 922 MW, tegenover 808 MW eind 2015. Vlaanderen telt 425 windturbines. De meeste staan in Oost-Vlaanderen (117), de minste in Vlaams-Brabant (26). Daarnaast is er nog 143 MW in aanbouw. Eén megawatt is voldoende voor de stroomvoorziening van zevenhonderd gezinnen.

Het aandeel van hernieuwbare energie in de energieconsumptie in ons land bedroeg in 2015 slechts 7,9 procent. Dat blijkt uit cijfers die Eurostat heeft vrijgegeven. Enkel Luxemburg en Malta (elk 5%) en Nederland (5,8%) scoren nog slechter inzake hernieuwbare energie. Beste leerling van de Europese klas is Zweden, waar meer dan de helft (53,9%) van het energieverbruik afkomstig is van hernieuwbare energiebronnen. Gemiddeld bedroeg het aandeel hernieuwbare energie in de EU 16,7 procent, bijna dubbel zoveel als in 2004 (8,5%). Elf van de 28 EU-landen hadden in 2015 hun doelstellingen voor 2020 al bereikt. België, met een doelstelling van dertien procent hernieuwbare energie, zat daar in 2015 nog niet aan.

Het aandeel hernieuwbare energie in de energievoorziening van de lidstaten neemt gestaag toe sinds 2004. In vergelijking met een jaar eerder is het in 2015 opnieuw gestegen in 22 van de 28 lidstaten. België lukte het in 2015 niet om de positieve trend vast te houden. De grote sprong voorwaarts werd tussen 2004 en 2012 gemaakt, namelijk van 1,9 naar 7,2 procent hernieuwbare energie. De twee daaropvolgende jaren won hernieuwbare energie verder aan populariteit, maar van 2014 (8%) naar 2015 (7,9%) moesten de alternatieve energiebronnen wat van hun aandeel prijsgeven in ons land.

De windturbines in ons land hebben op woensdag 22 februari een recordopbrengst aan windenergie geproduceerd, genoeg om de elektriciteitsvraag van alle huishoudens te dekken. Dat meldt Apere, de Waalse organisatie die duurzame energie promoot. Hoogspanningsbeheerder Elia bevestigt de cijfers.

De zuidwestenwind van woensdag leverde een dagproductie op voor windenergie van 46,4 GWh, een nieuw record, aldus Benjamin Wilkin van Apere. Daarmee werd zestien procent van de Belgische dagvraag naar elektriciteit gedekt, of de elektriciteitsvraag van alle huishoudens in ons land.

Uit gegevens van Wind Europe bleek dat het gemiddelde in Europa nog net iets hoger lag. Het gemiddeld procentueel aandeel van windenergie ten opzichte van de elektriciteitsvraag bleek voor alle Europese landen gemiddeld 18,8 procent. Uitschieter hier was Denemarken, dat met 104 procent de volledige vraag naar stroom dekte via windenergie.

Ook op donderdag 23 februari stond er een forse wind. Cijfers hierover zijn er echter nog niet.